De ontwikkeling en gedrag van jouw kindje
Kinderen gaan door verschillende fases en ontwikkelingen heen. Vanaf het moment dat ze geboren worden, maken ze voortdurend nieuwe ontwikkelingen door. Het kan soms best lastig zijn om te weten in welke fase je kindje zit, hoe je ermee om moet gaan en hoe je het beste kunt reageren. Ook is ieder kindje anders, waardoor er niet echt een duidelijk draaiboek voor bestaat.
Wat bij het ene kindje heel vanzelfsprekend gaat, kan bij een ander kindje juist wat meer tijd kosten. Dat is heel normaal. Veel ouders vergelijken hun kindje onbewust met andere kinderen, maar het is belangrijk om te onthouden dat ieder kind zich op zijn eigen tempo ontwikkelt.
De eerste stapjes
Het moment komt er bijna aan je kleintje is druk bezig met de eerste bewegingen richting de eerste stapjes. Meestal gebeurt dit tussen de 10 en 18 maanden, maar vaak lopen kinderen echt zelfstandig rond de 15 maanden. Natuurlijk verschilt dit per kindje en doet ieder kind dit op zijn eigen tempo.
Het begint met het opbouwen van kracht om zichzelf omhoog te trekken en daarna de balans te vinden om te blijven staan. Zo gaan ze zich optrekken aan meubels en andere dingen in huis en beginnen ze voorzichtig langs de meubels te lopen. Hiermee leren ze om hun voetjes één voor één naar voren te bewegen en daar hun gewicht op te balanceren.
Vallen hoort hier ook echt bij. Het is een kwestie van vallen en opstaan. Hoewel het soms spannend kan zijn om je kindje te zien struikelen, leert het hier juist veel van. Door te oefenen ontwikkelt het niet alleen spierkracht, maar ook zelfvertrouwen. Voor je het weet loopt je kindje zelfstandig door de woonkamer en kort daarna rent het vrolijk door het hele huis.
Je kunt je kindje hierbij ondersteunen door voldoende ruimte te geven om veilig te oefenen. Zorg bijvoorbeeld voor een omgeving waarin scherpe hoeken zijn afgeschermd en moedig je kindje aan wanneer het nieuwe dingen probeert.
Driftbuien
Bij peuters zijn driftbuien heel normaal. Het kan soms als ouder frustrerend zijn, maar het komt wel ergens vandaan. Op deze leeftijd beginnen emoties steeds meer een rol te spelen, zoals blijheid, enthousiasme, teleurstelling, nieuwsgierigheid en boosheid. Alleen moeten kinderen nog leren hoe ze met deze emoties om moeten gaan.
Het probleem bij een driftbui is dat kinderen vaak nog niet weten hoe ze hun emoties onder controle moeten houden of goed kunnen uiten. Hierdoor ontstaat er een driftbui. Dit is helemaal normaal op deze leeftijd. Ook de bekende "twee is nee"-fase is zo'n periode waar je even doorheen moet.
Kinderen ontdekken dat ze een eigen mening hebben en willen steeds vaker zelf bepalen wat er gebeurt. Dat hoort bij hun ontwikkeling en helpt hen uiteindelijk om zelfstandiger te worden. Toch kan dit soms voor flinke frustraties zorgen wanneer iets niet lukt of niet mag.
Probeer tijdens een driftbui rustig te blijven. Het helpt vaak om de emotie van je kindje eerst te erkennen voordat je samen naar een oplossing zoekt. Zo leert je kindje rustig hoe het met emoties kan omgaan.
Moeite met eten
Ook dit kan een frustrerende fase zijn. Jij doet je best om van alles te koken, maar je kindje wil niets eten. Dit kan te maken hebben met een soort angst voor nieuwe smaken en structuren. Het is belangrijk om je kindje te stimuleren om te proeven, zonder te dwingen.
Kinderen moeten vaak meerdere keren kennismaken met een nieuw voedingsmiddel voordat ze het lekker gaan vinden. Het is daarom helemaal niet gek wanneer je kindje iets de eerste paar keer weigert. Geef niet te snel op en blijf verschillende smaken aanbieden.
Dit kun je bijvoorbeeld doen door zelf het goede voorbeeld te geven, het eten in leuke vormpjes te maken of je kindje te betrekken bij het kookproces. Veel kinderen vinden het leuk om groenten te wassen, ingrediënten te roeren of zelf iets op hun bord te leggen. Hierdoor worden ze nieuwsgieriger naar wat ze eten.
Blijft eten een moeilijk punt? Bekijk dan ook ons uitgebreide advies artikel
Tips voor het stimuleren van de ontwikkeling
- Stimuleer de positieve dingen die je kindje doet. Geef een complimentje en focus op wat goed gaat. Kinderen zijn vaak zoekende en door het positieve te benoemen, onthouden ze dit beter voor de volgende keer.
- Praat met je kindje over de dag. Doe dit bijvoorbeeld voordat het naar bed gaat. Bespreek wat er goed ging en wat minder goed ging. Zo leert je kindje gevoelens en ervaringen onder woorden te brengen.
- Stel duidelijke regels en routines op. Hierdoor weet je kindje waar het aan toe is. Denk bijvoorbeeld aan vaste momenten voor eten, slapen en opruimen. Dat geeft rust en duidelijkheid.
- Probeer je in te leven in de gevoelens van je kindje. Praat ook over je eigen gevoelens. Hierdoor zien kinderen dat het oké is om te vertellen hoe ze zich voelen en waarom. Zo leren ze dat emoties er mogen zijn.
Elk kindje ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en dat hoort er allemaal bij. Kijk naar de fase waarin jouw kindje zit en waar je hem of haar mee kunt helpen. Luister naar je gevoel en kijk waar je kindje goed op reageert.
Er is eigenlijk weinig fout, doe vooral wat goed voelt en wat werkt voor jouw kindje. Onthoud dat veel van deze uitdagingen fases zijn waar kinderen vanzelf weer uit groeien. Met geduld, aandacht en de juiste ondersteuning help je je kindje zo goed mogelijk door deze ontwikkelingen heen. Voor je het weet kijk je terug op deze fase en is je kindje alweer toe aan de volgende stap in zijn of haar ontwikkeling.

.png?h=554&iar=0&w=986)


.jpg?h=1080&iar=0&w=1920)



