5 opvoedtips die iedere ouder zou moeten weten

dinsdag, 2 januari 2024
Geschreven door pedagogisch adviseur Anouk Levert van Opvoedtwijfels
 
Opvoeden, er is zoveel over geschreven en er zijn zoveel verschillende meningen over. Soms weet je -voordat de opvoeding daadwerkelijk begonnen is- eigenlijk al niet meer waar je moet beginnen. Om je een handje op weg te helpen vind je in dit artikel 5 tips die je op weg kunnen helpen.

 

Tip 1: Stop met het zoeken naar ‘dé gouden tip of de waarheid’

Hoe makkelijk het soms ook zou zijn, dé gouden tip of dé waarheid bestaat niet. Ieder kind, ouder en gezin is uniek. De opvoeding die werkt voor jouw kind en jouw gezin werkt niet altijd voor een ander. Er bestaat geen one-size-fits-all. Dit klinkt misschien logisch, maar toch lijken we daar toch steeds weer naar op zoek. Hoeveel volgers, expertise of ervaring iemand ook heeft. Dat iets voor zijn/haar kind werkt, betekent niet dat het voor jullie ook hoeft te werken.

Natuurlijk is het soms fijn om handvatten te hebben zodat je iets kan uitproberen of je kunt laten inspireren. Het belangrijkste daarbij: blijf altijd naar je eigen kind kijken. Dat iets voor een andere na een lange zoektocht ‘dé oplossing’ bleek te zijn, betekent niet dat het voor jullie effectief hoeft te zijn of past bij wat jij belangrijk vindt in de opvoeding.

Tip 2: Wees authentiek in de opvoeding

Het helpt vaak om te bedenken wat je écht belangrijk vindt in de opvoeding. Wat wil jíj́ je kind hebben meegegeven later? Hoe wil jij dat je kind terugkijkt op zijn/haar jeugd? En wat is daarvoor nodig en wat misschien niet? Wat vind je zo belangrijk dat je er eigenlijk vanzelf consequent in bent? Het helpt vaak om te bedenken wat je écht belangrijk vindt in de opvoeding. Wat wil jíj́ je kind hebben meegegeven later? Hoe wil jij dat je kind terugkijkt op zijn/haar jeugd? En wat is daarvoor nodig en wat misschien niet? Wat vind je zo belangrijk dat je er eigenlijk vanzelf consequent in bent?

 

Tip 3: Onthoud dat het niet perfect hoeft

Uit onderzoek is gebleken dat als je in 30%-50% van de gevallen ‘afgestemd’ reageert op je kind, dat al voldoende is voor een goede hechting. Dat wil zeggen dat als je in die andere gevallen een keertje niet precies begrijpt wat je kindje bedoelt, dat helemaal oké is. Er is dus genoeg ruimte om het niet te weten, te ontdekken, je kindje te leren kennen en samen te zoeken wat hij/zij echt nodig heeft.

Kwaliteit over kwantiteit

Soms twijfelen we er aan of we wel ‘genoeg’ tijd doorbrengen met ons kind, maar kinderen onthouden vaak niet hoeveel minuten en uren je precies samen doorbrengt. Ze voelen wel heel goed aan of je er ook daadwerkelijk bént op die momenten. Dat wil zeggen dat je niet alleen fysiek aanwezig bent, maar dat je er ook ‘mentaal’ bent. Dat je even écht beschikbaar bent en met onverdeelde aandacht met je kind meespeelt.

Tip 4: Ontdek de kracht van het goede voorbeeld

Je kunt kinderen nog zo vaak zeggen dat ze echt zichzelf mogen zijn, kwetsbaar mogen zijn en alles niet perfect hoeven doen, maar een voorbeeld zegt vaak meer dan al die woorden. Soms helpt het om je af te vragen of je alles wat je je kind wilt meegeven ook zelf laat zien. Geef je jezelf ook de ruimte om emoties te tonen, fouten te maken en het soms even niet te weten?

Daarnaast willen we kinderen vaak leren zichzelf te uiten. Maar krijgen ze hier ook altijd het voorbeeld? Onze tip: praat vanaf het begin met je kind. Ook al praat het nog niet in volwassen woorden terug, je kindje krijgt veel meer mee dan je denkt. Je zult merken dat je kindje in zijn/haar taal terug gaat praten, omdat het daarin het goede voorbeeld krijgt.

Tip 5: Zie ‘gedrag’ als een taal waarmee kinderen je iets willen vertellen

We hebben soms de neiging om gedrag – en dan vooral dat wat we liever niet hebben- te zien als iets wat kinderen doen ‘om ons te pesten of uit te testen’. Los van het feit dat jonge kinderen dat nog helemaal niet kunnen, gaan we daarmee voorbij aan wat gedrag eigenlijk is. Gedrag is een communicatiemiddel van wat emoties, gebeurtenissen, gevoelens, ervaringen en behoeften die eraan vooraf gaan. Een jong kind wat bijvoorbeeld niet wil slapen of eten wil jou daarmee altijd iets vertellen. Door steeds weer te kijken wat er aan gedrag vooraf gaat zul je misschien patronen gaan herkennen en het langzaam aan kunnen verklaren, waardoor je er iets mee kunt.

Tot slot: jouw kind is niét zijn gedrag. Logisch zou je zeggen, maar voor een kind zo belangrijk dat je duidelijk benoemt. Laat merken dat je ‘zijn/haar gedrag’ op dat moment misschien even niet leuk vindt, maar dat hij/zij als persoon er nog steeds mag zijn!